Spraak- en taalproblemen bij volwassenen

1. Afasie

Meer informatie »

Afasie

De taal kan verstoord worden door een neurologische aandoening, bijvoorbeeld door een herseninfarct. Wanneer dit gebeurt, kan er sprake zijn van woordvindingsproblemen, incorrect formuleren en/of begripsproblemen. Dit noemen we afasie. Aangezien er na een herseninfarct een herstel van (een deel van) de hersenen kan optreden is de therapie er op gericht zoveel mogelijk taal te laten terug komen. Soms is de taal zo ernstig aangetast dat er (tijdelijk) een communicatiehulpmiddel moet worden gezocht. De logopedist kan hierbij helpen en bemiddelen. Het is belangrijk om zo snel mogelijk na een herseninfarct te beginnen met de therapie omdat het meeste herstel optreedt kort na het herseninfarct .

Wat doet de logopedist?

De logopedist neemt eerst een onderzoek betreffende de taal en/of de communicatie af. De resultaten worden zowel met de patiënt als de directe omgeving van de patiënt besproken. De logopedist geeft voorlichting en adviezen aan familie en omgeving. De behandeling is gericht op de individuele problematiek. Vaak worden er oefeningen gedaan om het begrijpen, spreken, lezen en schrijven te verbeteren. Ook wordt de patiënt en de directe omgeving geleerd hoe zij op een andere manier dan vroeger met elkaar kunnen communiceren. Wanneer blijkt dat een communicatiehulpmiddel zinvol is, zal de logopedist hierover adviseren en begeleiding bieden.

2. Dysartrie

Meer informatie »

Dysartrie

Dysartrie is een spraakstoornis die wordt veroorzaakt door een beschadiging van het zenuwstelsel. Hierdoor werken spieren die nodig zijn voor de ademing, de stemgeving en de uitspraak onvoldoende. Oorzaken van dysartrie zijn bijvoorbeeld een beroerte (CVA), een hersentumor, een ongeval, een spierziekte, A.L.S. of een neurologische aandoening (zoals de ziekte van Parkinson). Deze aandoeningen zullen voornamelijk oudere mensen treffen, maar ook bij jongeren kan een dysartrie ontstaan. De communicatie bij mensen met dysartrie is gestoord, omdat ze moeilijk te verstaan zijn. Dit kan komen door een onduidelijke uitspraak, een te zachte en/of hese stem, en eentonig of nasaal (door de neus) spreken of een combinatie hiervan. Bij dysartrie ten gevolge van een CVA is er vaak sprake van een verlamming aan één kant van het aangezicht, waardoor er zowel speekselverlies als slikproblemen kunnen optreden

Wat doet de logopedist?

De logopedist doet onderzoek naar het gevoel en het functioneren van de spieren die nodig zijn voor het spreken en slikken. Ook wordt de stem en de verstaanbaarheid beoordeeld. De behandeling zal er op gericht zijn de verstaanbaarheid te verbeteren. De patiënt wordt geleerd optimaal gebruik te maken van zijn mogelijkheden. In het algemeen wordt aandacht besteed aan de mondmotoriek (zowel van belang bij het eten en drinken als bij het spreken), de uitspraak, de ademing en de stemgeving. Er worden adviezen gegeven aan de patiënt en zijn directe omgeving.

3. Neurologische aandoeningen

Meer informatie »

Neurologische aandoeningen

Onder neurologische aandoeningen verstaan wij ziekten van het zenuwstelsel, bijvoorbeeld de ziekte van Parkinson, ALS (Amyolateraalsclerose ) en MS (Multiple Sclerose).

Wat doet de logopedist?

Via de huisarts of medisch specialist, bijvoorbeeld neuroloog, wordt een patiënt naar een logopedist verwezen. De logopedist zal onderzoek doen naar de problemen met betrekking tot het spreken, kauwen, slikken en ademen en de ontstane beperkingen. Het functioneren van de spieren in het hoofd/halsgebied wordt onderzocht en de verstaanbaarheid wordt beoordeeld. De behandeling zal onder andere erop gericht zijn de communicatie zo goed mogelijk te waarborgen gedurende het hele ziekteproces. Hiervoor kunnen oefeningen gegeven worden die erop gericht zijn de restmogelijkheden op het gebied van stem en spraak zo goed mogelijk te gebruiken. De patiënt en zijn directe omgeving krijgen adviezen en worden begeleid, ook wanneer een hulpmiddel ter ondersteuning van de communicatie nodig is. Bij slik- en kauwproblemen zal de logopedist proberen de gevolgen zo beperkt mogelijk te houden. Hetzelfde geldt voor ademproblemen

4. Nasaliteit

Meer informatie »

Nasaliteit

Men spreekt van een nasaliteitsstoornis of neusspraak wanneer de resonantie (de klank) van de spraak afwijkend is: de spraak klinkt te veel of juist te weinig door de neus. Er zijn meerdere nasaliteitsstoornissen te onderscheiden. Allereerst is er de open neusspraak. Deze is het meest storend voor de verstaanbaarheid. Tijdens het spreken ontsnapt teveel lucht via de neus bij klanken die door de mond gevormd moeten worden. De oorzaak van open neusspraak kan een aangeboren afwijking zijn (lip-, kaak- en/of gehemeltespleet (schisis), maar kan ook komen door een herseninfarct of een neurologische ziekte (o.a multiple sclerose en de ziekte van Parkinson). Vervolgens is er de gesloten neusspraak: de spraak klinkt verstopt. De oorzaak kan een scheef neustussenschot zijn, maar ook kunnen één of meer neuspoliepen, een vergrote neusamandel of gezwollen neusslijmvliezen voor te weinig resonantie door de neus zorgen. Tenslotte kan er een combinatie van beide vormen voorkomen: de gemengde neusspraak.

Wat doet de logopedist?

De logopedist onderzoekt de invloed van de nasaliteit op de verstaanbaarheid. Het nut van een logopedische behandeling is afhankelijk van de oorzaak. In sommige gevallen moet eerst medisch of chirurgisch ingegrepen worden, voordat de logopedische behandeling kan beginnen. Ook het resultaat van de logopedische behandeling is hiervan afhankelijk. Bij open neusspraak zal de behandeling bestaan uit oefeningen om de gehemeltespieren te activeren en een energieke uitspraak aan te leren. Bij gesloten neusspraak zal het accent liggen op het beter leren gebruiken van de neusweg. De behandeling van de gemengde neusspraak bestaat uit een combinatie. In alle gevallen wordt op een systematische manier het spraakgedrag veranderd.

5. Stotteren

Meer informatie »

Stotteren

Stotteren is een spraakstoornis waarbij de spraakbeweging niet vloeiend verloopt. Klanken of lettergrepen worden herhaald of verlengd. Soms worden ze er met veel spanning uit geperst. Daarnaast kunnen zich begeleidende symptomen voordoen. Voorbeelden zijn: meebewegingen in het gezicht en van lichaamsdelen, verstoring van de adem, transpireren en spanning. Naast deze zichtbare en hoorbare symptomen zijn er ook verborgen symptomen. Vermijden van situaties, bepaalde woorden of klanken omzeilen, gebrek aan zelfvertrouwen en angst om te spreken zijn hier voorbeelden van. Stotteren kan de communicatie ernstig verstoren.

Wat doet de logopedist?

Bij volwassenen richt de behandeling zich op de factoren die van invloed zijn op het totale stotterprobleem: emoties, gedachten en omgeving. In dit geval wordt door ons in eerste instantie doorverwezen naar een stottertherapeut voor verder onderzoek.

6. Broddelen

Meer informatie »

Broddelen

Broddelen is een stoornis in het spreken, die zich uit als een niet-vloeiende of aritmische, moeilijk verstaanbare spraak. Opvallend zijn een slappe uitspraak en een hoog spreektempo, het ineenschuiven van woorden (bijvoorbeeld ‘tevisie’ in plaats van 'televisie': telescopische spraak), stopwoordjes, snelle woordherhalingen en klankherhalingen, en moeilijkheden met het formuleren van gedachten, ook schriftelijk.

Broddelen kan samen gaan met hyperactiviteit en een slechte concentratie, maar dit hoeft echter niet. De luisteraar zal de persoon die broddelt vaak slecht verstaan. Doordat er bij broddelen herhalingen van woorden en klanken zijn, lijkt het soms op stotteren. Een duidelijk verschil met stotteren is dat de broddelaar niet opmerkt dat zijn spreken herhalingen en onduidelijkheden vertoont en de stotteraar wel.

Wat doet de logopedist?

De behandeling richt zich vooral op bewustwording van de eigen spraak, uitspraaktraining, spreektempovertraging, training in correct formuleren en ritme- en intonatietraining.

Zie ook VSN.nl