Gehoor

Ongeveer één op de tien mensen in Nederland heeft in meer of mindere mate last van een verminderd gehoorvermogen en is dan dus ook in meer of mindere mate slechthorend.

Slechthorendheid kan verschillende oorzaken hebben. Dit kan zijn ontstaan door lawaai of door bijvoorbeeld het gebruik van bepaalde medicijnen. Bij de meeste mensen gaat het gehoorvermogen met het toenemen van de jaren geleidelijk aan achteruit. Slechthorendheid kan zich echter ook op jongere leeftijd voordoen, bij pasgeborenen en bij hele jonge kinderen door een oorontsteking. Bij slechthorendheid kan ook erfelijkheid een rol spelen.

Gehoorstoornissen bij kinderen

Ooronstekingen

Meer informatie »

Ooronstekingen

Kinderen die in de eerste levensjaren regelmatig middenoorproblemen met gehoorverliezen hebben, kunnen problemen krijgen in de spraak- en taalontwikkeling. Een kind leert de spraak en taal immers door het luisteren naar zijn omgeving en door het imiteren van het voorbeeld dat zijn omgeving aanbiedt. Door het verminderde gehoor is het kind hiertoe onvoldoende in staat. In de spraak vallen dan vooral uitspraakproblemen op. In de taal kunnen woordenschat en zinsbouw zich minder goed ontwikkelen. Wisselende gehoorverliezen kunnen op school de leerprestaties negatief beïnvloeden. En doordat het kind zich steeds moet inspannen om goed te horen, kunnen ook gedragsproblemen optreden.

Wat doet de logopedist?

Als het gehoor zich herstelt, blijkt dat de achterstand in spraak- en taalontwikkeling in de regel ook ingehaald wordt. Dit inhalen neemt wel kostbare tijd in beslag. Bovendien kunnen, als het middenoor vaak ontstoken raakt, de spraak- en taalproblemen groter worden. Logopedische therapie is dan van belang, ook om leermoeilijkheden op schoolleeftijd te voorkomen. In de logopedische behandeling worden zowel het luisteren als de spraak en de taal getraind. Dit gebeurt zoveel mogelijk in een spelsituatie. Het ademen door de neus is belangrijk voor een juiste functie van het middenoor. Indien nodig leert de logopedist het kind door de neus te ademen. De behandeling wordt meestal met goed resultaat beëindigd. Dit hangt af van de duur, de mate en de aard van het gehoorverlies. Het onderzoek en de behandeling van spraak- en taalproblemen ten gevolge van middenoorproblemen worden als regel vergoed door de ziektekostenverzekeraars, na verwijzing door huisarts of medisch specialist

Auditieve verwerkingsproblemen (AVP)

Meer informatie »

Auditieve verwerkingsproblemen (AVP)

Bij auditieve verwerkingsproblemen (AVP) zijn er problemen met de auditieve functies. Auditieve functies worden vaak uitgelegd als “wat we doen met wat we horen”. Oftewel: het verwerken van geluiden, klanken en spraak. Bij de auditieve verwerking zijn een aantal functies en processen van belang (auditieve verwerkingsprocessen). Dit zijn onder andere auditieve discriminatie, auditieve patroonherkenning, auditief temporele waarneming, verstaan van spraak in achtergrondlawaai en verstaan van onvolledige spraak. Wanneer een probleem in één of meerdere functies bestaat, kan er sprake zijn van auditieve verwerkingsproblematiek.

Kinderen met AVP hebben vooral moeite met allerlei vaardigheden benodigd voor het verstaan van mondelinge informatie. Enkele voorkomende kenmerken die kinderen met auditieve verwerkingsproblematiek kunnen laten zien zijn: veel "huh" zeggen; moeizaam begrijpen van mondelinge opdrachten; moeite met onthouden van mondelinge informatie; en/of het negeren van geluiden en/of opdrachten.

Indien kinderen problemen ondervinden met de auditieve verwerking kunnen er op korte en lange termijn problemen in de ontwikkeling optreden. Wanneer er geen vroegtijdige onderkenning plaatsvindt, is de kans groter dat een of meer van onderstaande gevolgen voorkomen. Deze gevolgen kunnen spraak- en/of taalproblemen en leerproblemen zijn. Deze problemen komen vaak voor in combinatie met andere problemen, zoals slecht presteren op school (ondanks normale intelligentie); problemen bij het vervullen van klassikale opdrachten; korte aandachtsspan; snel afgeleid door geluiden of gebeurtenissen in de omgeving; slecht ontwikkeld besef van tijd. De auditieve functies spelen ook een grote rol bij de leesvoorwaarden en het leren lezen en spellen.

Wat doet de logopedist?

De logopedist doet onderzoek naar de auditieve vaardigheden en de mogelijke invloed hiervan op taal, spraak, lezen en spellen. Uitgebreid onderzoek kan plaatsvinden in een audiologisch centrum. Op basis van het onderzoek worden adviezen gegeven aan ouders of bijvoorbeeld leerkrachten. Vaak wordt er tijdens individuele logopedische behandelingen gerichte oefening gedaan om de auditieve functies te verbeteren.

Cochleaire implantatie (CI)

Meer informatie »

Cochleaire implantatie (CI)

Een cochleair implantaat (CI) is een elektronisch hoorapparaat dat operatief wordt ingebracht in het slakkenhuis. Het CI zet geluid om in elektrische impulsen die de gehoorzenuw rechtstreeks stimuleren. Het CI overbrugt hierbij het buiten-, midden- en binnenoor. Hierdoor kunnen zeer ernstig slechthorende en dove mensen opnieuw klanken, geluiden en spraak waarnemen.

Een cochleair implantaat bestaat uit twee delen, een uitwendig gedragen deel dat lijkt op een gewoon “achter-het-oor” hoortoestel en een inwendig deel, het implantaat, dat onder de huid zit en bestaat uit een ontvanger en een aantal elektroden. Het implantaat wordt achter het oor operatief ingebracht en de elektroden worden in het slakkenhuis geschoven.

Wat doet de logopedist?

De logopedist van een CI-team begeleidt kinderen en volwassenen met een CI. Tijdens de behandeling is er aandacht voor het omgaan met het CI, het opnieuw leren horen en het communiceren met de omgeving. Daarnaast adviseert de logopedist ouders, leerkrachten en andere logopedisten (in een vrije vestiging/onderwijs) die met de cliënt gaan werken. Logopedisten die in een vrije vestiging te maken hebben met kinderen en/of volwassenen met een CI, richten de behandeling op het leren horen, het gebruik van spraakafzien, de communicatie met de omgeving en articulatie. Daarnaast is er veel aandacht voor het stimuleren van de spraaktaalontwikkeling bij kinderen.

Gehoorstoornissen bij volwassenen

Cochleaire implantatie (CI)

Meer informatie »

Cochleaire implantatie (CI)

Een cochleair implantaat (CI) is een elektronisch hoorapparaat dat operatief wordt ingebracht in het slakkenhuis. Het CI zet geluid om in elektrische impulsen die de gehoorzenuw rechtstreeks stimuleren. Het CI overbrugt hierbij het buiten-, midden- en binnenoor. Hierdoor kunnen zeer ernstig slechthorende en dove mensen opnieuw klanken, geluiden en spraak waarnemen.

Een cochleair implantaat bestaat uit twee delen, een uitwendig gedragen deel dat lijkt op een gewoon “achter-het-oor” hoortoestel en een inwendig deel, het implantaat, dat onder de huid zit en bestaat uit een ontvanger en een aantal elektroden. Het implantaat wordt achter het oor operatief ingebracht en de elektroden worden in het slakkenhuis geschoven.

Wat doet de logopedist?

De logopedist van een CI-team begeleidt kinderen en volwassenen met een CI. Tijdens de behandeling is er aandacht voor het omgaan met het CI, het opnieuw leren horen en het communiceren met de omgeving. Daarnaast adviseert de logopedist ouders, leerkrachten en andere logopedisten (in een vrije vestiging/onderwijs) die met de cliënt gaan werken. Logopedisten die in een vrije vestiging te maken hebben met kinderen en/of volwassenen met een CI, richten de behandeling op het leren horen, het gebruik van spraakafzien, de communicatie met de omgeving en articulatie. Daarnaast is er veel aandacht voor het stimuleren van de spraaktaalontwikkeling bij kinderen.