Eten & Drinken

De mond wordt gebruikt om te spreken, maar ook om te eten en te drinken. Een goede samenwerking tussen lippen, tong, kaken, gehemelte en keel is hiervoor noodzakelijk. De mond moet bij eten en drinken voldoende geopend en gesloten kunnen worden en het gevoel in en rond de mond moet normaal zijn. Het vaste voedsel wordt door de kaken vermalen en de tong transporteert de voedselbrok of het vocht naar de keel. Het gehemelte sluit de neusweg af en de slikreflex zorgt dat de voedselbrok of het vocht in de slokdarm komt. Tegelijkertijd wordt de luchtpijp afgesloten om verslikken te voorkomen. Via de slokdarm komt het voedsel of het vocht uiteindelijk in de maag.

Eet-en drinkstoornissen bij kinderen

Meer informatie »

Eet-en drinkstoornissen bij kinderen

Eet-en drinkstoornissen ontstaan doordat kinderen de spieren die nodig zijn bij het zuigen, het afhappen van een lepel, bijten, kauwen en slikken niet onder controle hebben. Een kind kan ook afwijkende voedingsreflexen hebben. Kinderen met eet-en drinkstoornissen verslikken zich regelmatig en/of spugen veel. Het kan ook zijn dat een kind de voeding gaat weigeren.

Sommige kinderen krijgen dan sondevoeding. Gedurende de periode van sondevoeding oefent het kind zijn mond-en tongspieren weinig. Dit is ongunstig voor de ontwikkeling van het zuigen, slikken, afhappen en kauwen. Dat heeft weer een negatieve invloed op de spraakontwikkeling. Bij het spreken worden immers dezelfde spieren gebruikt als bij het eten en drinken. Soms is het slikmechanisme verstoord door beschadiging van mond of keel, of de besturing van het slikken vanuit de hersenen functioneert niet goed. Dit kan het gevolg zijn van hersenletsel opgelopen voor, tijdens of na de geboorte. Soms kan het kind wel slikken, maar wil dat niet, om verschillende redenen.

Wat doet de logopedist?

Bij kinderen onderzoekt de logopedist de totale motoriek en lichaamshouding tijdens het (geven van) eten en drinken. Gelet wordt op de aan-of afwezigheid van reflexen. De logopedist verricht onderzoek naar de spierspanning en gevoeligheid in en rond de mond. Tijdens de logopedische behandeling wordt de eventuele afwijkende reflexactiviteit tegengegaan en de gevoeligheid in en rond de mond verminderd. De spierspanning bij de mond wordt gereguleerd. Hierdoor zal het eten en drinken gemakkelijker en plezieriger verlopen, aangepast aan de mogelijkheden van het kind. De logopedist adviseert ouders en verzorgers over de houding waarin en de wijze waarop het eten en drinken het beste gegeven kan worden. Er wordt bekeken of er geschikte hulpmiddelen zijn die het eten en drinken vergemakkelijken (aangepaste stoel, lepel of beker). Veelal gebeurt dit in samenwerking met andere zorgverleners (fysiotherapeuten, diëtisten).

Eet-en drinkstoornissen bij volwassenen

Meer informatie »

Eet-en drinkstoornissen bij volwassenen

Slikstoornissen kunnen ontstaan door veranderingen in de structuren van de mond, de keel en het strottenhoofd. Er kunnen problemen ontstaan in de aansturing van de spieren, of er kan sprake zijn van een plaatselijke beschadiging waardoor het slikken minder goed gaat. Na hersenletsel (bijvoorbeeld een beroerte, ongeval, tumor) of een aandoening van het zenuwstelsel (bijvoorbeeld MS (Multiple Sclerose), ziekte van Parkinson, A.L.S. (AmyoLateraalSclerose) kan de aansturing van spieren problemen geven. Door een operatie in het hoofd-en halsgebied treden soms plaatselijke beschadigingen op of zijn er belemmeringen waardoor het eten en drinken minder gemakkelijk gaat. Slikstoornissen kunnen leiden tot andere problemen van medische aard (bijvoorbeeld longontstekingen) en sociale aard (plezier in eten en drinken kan verdwijnen).

Wat doet de logopedist?

Bij volwassenen kan de logopedist met een slikonderzoek de oorzaak van de slikstoornis opsporen en vaststellen in welke fase van het slikproces de stoornis zich bevindt. Het logopedisch onderzoek kan uitgebreid worden met een onderzoek door K.N.O.-arts en/of een radioloog. Vaak wordt een patiënt met slikproblemen ook besproken in een multidisciplinair team. Afhankelijk van de oorzaak en de ernst van het slikprobleem stelt de logopedist een behandelplan op. Het doel van de interventie kan zich richten op het verminderen van het risico op verslikken, het verbeteren van de voedingstoestand, het aanleren van compensatiestrategieën of het trainen van specifieke spieren.

Daarnaast worden meestal adviezen aan de patiënt (en zijn omgeving) gegeven met betrekking tot bijvoorbeeld de houding tijdens de maaltijd, de consistentie van het voedsel en de wijze van aanbieden. De resultaten van de slikbehandeling zijn in grote mate afhankelijk van de aard en de ernst van de stoornis.